Ibn Abbas (ra) heeft overgeleverd. De Profeet (saws) passeerde eens twee graven en de twee personen (in de graven) werden gemarteld. Hij zei: "Zij worden gemarteld voor slechts een klein iets (dat te voorkomen is). Een van hen heeft zich nooit bekommerd door het vuil van zijn urine, terwijl de ander laster (vijandschap maakte tussen vrienden) verspreidde. Hij nam toen een groen blad van een dadelpalm en scheurde het in twee stukken en plaatste elk stuk op elk graf. De mensen zeiden: "O Boodschapper van Allah! Waarom heb je dat zo gedaan?" Hij antwoordde: "Ik hoop dat hun straf minder gaat worden wanneer (het blad) droog gaat worden."
Sahieh al-Boekharie, Volume 2, Boek 23 (Begrafenis), Nummer 443
Posts tonen met het label Vijandschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vijandschap. Alle posts tonen
donderdag
vrijdag
496. Wees geduldig
Aboe Hoerairah (ra) heeft overgeleverd dat de Profeet (saws) zei: "Wens niet dat je de vijand gaat ontmoeten, maar als je hem ontmoet, wees geduldig."
Sahieh al-Boekharie, Volume 4, Boek 52 (Jihad), Nummer 266
Sahieh al-Boekharie, Volume 4, Boek 52 (Jihad), Nummer 266
maandag
204. Vijandigheid kan verdwijnen
Er is overgeleverd dat Abd Allah al-Khorasani de Profeet (saws) heeft horen zeggen, "Schud elkaar de handen en haat zal verdwijnen. Geef elkaar cadeautjes en houdt van elkaar en vijandigheid zal verdwijnen."
Imam Malik, Moewatta, Boek 47, Hadith 16
Imam Malik, Moewatta, Boek 47, Hadith 16
200. Poort in Paradijs (3)
Aboe Hoerairah (ra) heeft overgeleverd dat de Profeet (saws) zei, "De deuren van Jannah (Paradijs) zijn op maandag en donderdag geopend. Elke moslim, die niemand naast Allah aanbidt, wordt vergeven behalve degene die vijandigheid heeft met zijn broeder. Er wordt gezegd, "Laat deze twee totdat ze totdat ze zijn uitgepraat! Laat deze twee totdat zij zijn uitgepraat (d.i. en berouw hebben getoond)."
Imam Malik, Moewatta, Boek 47, Hadith 17
Imam Malik, Moewatta, Boek 47, Hadith 17
zondag
182. De dag na de inname van Mekka al-Mukarrama
Sa'd (ra) heeft overgeleverd dat op de dag waarop Mekka was ingenomen, de Profeet (saws) al zijn vijanden vergaf en bescherming beloofde, op vier mannen en twee vrouwen na. Ibn Aboe Sarh was één van hen. Ibn Sarh ging zich achter Oethman ibn Affan verstoppen. Toen de Profeet mensen riep zodat ze hem trouw konden zweren, bracht Oethman ibn Affan die man met zich mee. Toen zei Oethman, "O Boodschapper van Allah, accepteer zijn trouw." De Profeet keek hem drie keer aan en draaide zich van hem om. Na de derde keer, accepteerde hij zijn trouw zweren. En toen keek hij naar zijn metgezellen en zei, "Waarom stond niemand van jullie op om hem te doden, nadat jullie zagen dat ik zijn trouw zweren niet wou accepteren?" Ze antwoordden, "Wij weten niet, O Boodschapper van Allah, wat in uw hart ligt, waarom knipoogde u niet naar ons?" Hij antwoordde, "Het past een Profeet niet om een verraderlijk oog te hebben!"
Soenan Aboe Dawoed, Boek 14, Hadith 2677
Soenan Aboe Dawoed, Boek 14, Hadith 2677
Labels:
Belofte / eed,
Mekka,
Soenan Aboe Dawoed,
Vijandschap
Abonneren op:
Posts (Atom)