Abd Allah ibn Amr ibn Rabia, een van de leiders van de Bani Adi en wiens vader aan de zijde van de Profeet (saws) meestreed in de Slag bij Badr, heeft overgeleverd. Oemar (ra) wees Qoedama ibn Mazoen aan als heerser van Bahrein. Qoedama was een van de strijders bij de Slag bij Badr en was via moederzijde de oom van Abd Allah ibn Oemar en Nafsa.
Sahieh al-Boekharie, Volume 5, Boek 59 (Expedities), Nummer 379
Posts tonen met het label Slag bij Badr. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Slag bij Badr. Alle posts tonen
donderdag
733. Slag bij Badr (10)
Rifaa heeft overgeleverd. Gabriel (die een van de strijders bij Badr was) kwam bij de Profeet (saws) en zei: "Hoe kijk je op jouw strijders van Badr?" De Profeet (saws) zei: "Als de beste onder de moslims" of zei een iets vergelijkbaars. Daarop zei Gabriel: "En dat waren ook de Engelen die meevochten (in de Slag) bij Badr."
Sahieh al-Boekharie, Volume 5, Boek 59 (Expedities), Nummer 343
Sahieh al-Boekharie, Volume 5, Boek 59 (Expedities), Nummer 343
732. Slag bij Badr (9)
Abd al-Rahman ibn Awf (ra) heeft overgeleverd. Terwijl ik streed in de voorste linie op de dag van (de Slag bij) Badr, keek ik plotseling naar mij rechterzijde en zag ik twee jonge jongens en voelde mij niet veilig tussen hen te staan. Toen vroeg een van hen mij geheimzinnig zodat de ander hem niet hoorde, "O oom! Laat mij zien waar Aboe Jahl is." Ik zei: "O neef, wat ga je hem aandoen?" Hij zei: "Ik heb Allah beloofd dat wanneer ik hem zie (Aboe Jahl) ik hem ga doden of dat ik gedood wordt voordat ik hem hem wilde gaan doden." Toen zei de ander hetzelfde net zo geheimzinnig zodat de ander hem niet hoorde. Ik zou niet tussen andere mannen willen staan dan tussen hen. Toen wees ik hen (Aboe Jahl) aan. Beiden vielen hem aan als twee havikken totdat hij tegen de grond werd geslagen. Deze twee jongens waren de zonen van 'Afra (een vrouw van de Ansari).
Sahieh al-Boekharie, Volume 5, Boek 59 (Expedities), Nummer 327
Sahieh al-Boekharie, Volume 5, Boek 59 (Expedities), Nummer 327
731. Slag bij Badr (8)
Abu Moesa (ra) heeft overgeleverd dat de Profeet (saws) zei: "Het goede is wat Allah ons gaf (na Oehoed) en de beloning voor de waarheid is wat Allah ons gaf na de dag van (de Slag bij) Badr."
Sahieh al-Boekharie, Volume 5, Boek 59 (Expedities), Nummer 324
Sahieh al-Boekharie, Volume 5, Boek 59 (Expedities), Nummer 324
730. Slag bij Badr (7)
Anas ibn Malik (ra) heeft overgeleverd. Haritha (ra) werd martelaar op de dag van (de Slag bij) Badr en hij was toen een jongen. Zijn moeder kwam bij de Profeet (saws) en zei: "O Boodschapper van Allah! Je weet hoe dierbaar Haritha is voor mij. Als hij in het Paradijs is zal ik geduldig blijven en hopen op de beloning van Allah, maar als dat niet zo is, dan want moet ik dan doen?" Hij zei: "Mag Allah genade hebben met jou! Heb je jouw verstand verloren? Denk je dat er maar één Paradijs is? Er zijn vele Paradijzen en jouw zoon is in (het meest verheven) Paradijs van al-Firdaus."
Sahieh al-Boekharie, Volume 5, Boek 59 (Expedities), Nummer 323
Sahieh al-Boekharie, Volume 5, Boek 59 (Expedities), Nummer 323
vrijdag
501. Recitatie soera at-Toer
Jubair (een van de gevangenen bij Badr) heeft overgeleverd. Ik hoorde de Profeet (saws) Soera at-Toer (52. De Berg) reciteren tijdens het Maghrib-gebed.
Sahieh al-Boekharie, Volume 4, Boek 52 (Jihad), Nummer 285
Sahieh al-Boekharie, Volume 4, Boek 52 (Jihad), Nummer 285
maandag
480. Slag bij Badr (6)
Aboe Oesayd heeft overgeleverd. Op de dag van (de slag van) Badr toen we in rijen tegenover (het leger van de) Qoeraish stonden en zij in rijen tegenover ons, ze de Profeet (saws): "Wanneer zij jullie naderen, schiet jullie pijlen naar hen."
Sahieh al-Boekharie, Volume 4, Boek 52 (Jihad), Nummer 149
Sahieh al-Boekharie, Volume 4, Boek 52 (Jihad), Nummer 149
vrijdag
442. Slag bij Badr (5)
Ibn Maqal heeft overgeleverd. Ali (ra) leidde een begravenisgebed voor Sahl ibn Hoenaif (ra) en zei: "Hij was een van de strijders bij Badr."
Sahieh al-Boekharie, Volume 5, Boek 59 (Expedities), Nummer 341
Sahieh al-Boekharie, Volume 5, Boek 59 (Expedities), Nummer 341
441. Slag bij Oehoed (3)
Al-Bara ibn Azib (ra) heeft overgeleverd. Op de dag van Oehoed (maart 625 AD/3 AH) wees de Profeet (saws) Abd Allah ibn Joebair aan als leider van de boogschutters en zeventig onder ons raakten gewond en werden martelaar. Op de dag (van de Slag) bij Badr bracht de Profeet en zijn Metgezellen 140 slachtoffers op de heidenen, 70 werden gevangen genomen en 70 werden gedood. Aboe Soefjan zei: "Dit is de dag (van wraak) voor de dag van Badr en de kwestie van de oorlog is onbeslist."
Sahieh al-Boekharie, Volume 5, Boek 59 (Expedities), Nummer 322
Sahieh al-Boekharie, Volume 5, Boek 59 (Expedities), Nummer 322
440. Slag bij Badr (4)
Oesaid heeft overgeleverd. Op de dag van Badr zei de Boodschapper van Allah (saws) tegen ons: "Wanneer jullie vijand jullie nadert, schiet dan naar hen, maar gebruik spaarzaam jullie pijlen."
Sahieh al-Boekharie, Volume 5, Boek 59 (Expedities), Nummer 321
Sahieh al-Boekharie, Volume 5, Boek 59 (Expedities), Nummer 321
439. Slag bij Badr (3)
Oesaid heeft overgeleverd. Op de dag van Badr zei de Boodschapper van Allah (saws) tegen ons: "Wanneer de vijand jullie nadert, schiet dan naar hen, maar gebruik spaarzaam jullie pijlen (zo worden de pijlen niet verspild)."
Sahieh al-Boekharie, Volume 5, Boek 59 (Expedities), Nummer 320
Sahieh al-Boekharie, Volume 5, Boek 59 (Expedities), Nummer 320
437. Slag bij Badr (2)
Aboe Ishaq heeft overgeleverd. Een man vroeg al-Bara en ik luisterde, "Nam Ali (ra) deel aan (de Slag bij) Badr?" Al-Bara zei: "(Ja), hij ontmoette (zijn tegenstanders) in een duel en droeg twee pantserkleren (een over de ander)."
Sahieh al-Boekharie, Volume 5, Boek 59 (Expedities), Nummer 309
Sahieh al-Boekharie, Volume 5, Boek 59 (Expedities), Nummer 309
436. Slag bij Badr (1)
Al-Bara ibn Azib (ra) heeft overgeleverd. Oemar (ibn al-Khattab, ra) en ik werden te jong beschouwd (om deel te nemen aan de slag) bij Badr en het aantal van de Moehajiroen (emigranten) was meer dan zestig (mannen) en de Ansaar was meer dan 249.
Sahieh al-Boekharie, Volume 5, Boek 59 (Expedities), Nummer 291
Sahieh al-Boekharie, Volume 5, Boek 59 (Expedities), Nummer 291
435. Ghazawat van de Profeet (2)
Al-Bara ibn Azib (ra) heeft overgeleverd. Oemar (ibn al-Khattab, ra) en ik werden te jong beschouwd om deel te nemen aan de Slag bij Badr (in maart 624 AD/2 AH).
Sahieh al-Boekharie, Volume 5, Boek 59 (Expedities), Nummer 291
Sahieh al-Boekharie, Volume 5, Boek 59 (Expedities), Nummer 291
donderdag
341. De marteling van een overledene (3)
Ibn 'Oemar (ra) heeft overgeleverd dat de Profeet (saws) naar de mensen in de kuil (de kuil waarin de lichamen werden gegooid van de heidenen die waren gedood in de slag bij Badr) keek en zei, "ondervinden jullie nu waar jullie Heer jullie voor waarschuwde (kwelling in het graf)." Hierop vroegen enkele mensen die bij de Profeet (saws) stonden: "spreekt u tot de doden?" De Profeet (saws) antwoordde: "zij kunnen beter als jullie horen, maar zij kunnen niets terugzeggen."
Sahieh al-Boekharie, Volume 2, Boek 23 (Begrafenis, al-Djanaazah), Nummer 452
Sahieh al-Boekharie, Volume 2, Boek 23 (Begrafenis, al-Djanaazah), Nummer 452
vrijdag
012. Behandeling van gevangenen
Jabir ibn Abd Allah (ra) heeft overgeleverd. Op de dag (van de slag) van Badr werden krijgsgevangen naar voren gehaald, waaronder al-Abbas, die zonder kleren was. De Profeet zocht een hemd voor hem. Een hemd van Abd Allah ibn Oebai (ra) voldeed en de Profeet liet hem deze dragen. Dit is de reden waarom de Profeet zijn eigen hemd uitdeed en aan Abd Allah gaf. (de overleveraar voegde toe: "Hij had de Profeet een gunst gedaan en daarom wilde hij hem belonen")
Sahieh al-Boekharie, Volume 4, Boek 52 (Jihad), Nummer 252
Sahieh al-Boekharie, Volume 4, Boek 52 (Jihad), Nummer 252
Abonneren op:
Posts (Atom)